ECLI:NL:RBDHA:2021:16568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel. Hij stelde dat hij vanwege conflicten met partij-jongeren van de politieke partij van zijn overleden vader in Nigeria gevaar liep. De vader was overleden bij een auto-ongeluk en op dezelfde dag zou het ouderlijk huis in brand zijn gestoken. Eiser werd verantwoordelijk gehouden voor het campagnegeld van zijn vader en mishandeld.
De staatssecretaris wees het verzoek af wegens ongeloofwaardigheid van het verhaal over de gebeurtenissen op 1 oktober 2015 en het ontbreken van voldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van het relaas had beoordeeld, mede vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van pogingen om bewijs te verzamelen.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in Nigeria een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro, en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs.