Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
[A],
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 15 september 2021.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 11 oktober 2021 behandeld, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet aanwezig waren, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.14674) op dezelfde dag is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.