ECLI:NL:RBDHA:2021:16585

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 oktober 2021
Publicatiedatum
13 juli 2022
Zaaknummer
NL21.13923
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over Dublinprocedure

Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit verzoek werd samen met een gerelateerde zaak op 5 oktober 2021 behandeld.

Tijdens de zitting verschenen beide partijen, elk bijgestaan door hun gemachtigden. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat, aangezien op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.13922), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier M.A.W.M. Engels op 13 oktober 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13923
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H. Tadema), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.R.J. Maas).

Procesverloop

Op 31 augustus heeft verweerder bij besluit (het bestreden besluit) het bezwaarschrift van verzoeker niet ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.13922, op 5 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.13922, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
13 oktober 2021
en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. M. Eversteijn M.A.W.M. Engels
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.