ECLI:NL:RBDHA:2021:16592
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Oekraïense verzoekster
Verzoekster, een Oekraïense vrouw geboren in 1967, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 september 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 7 oktober 2021 behandeld, waarbij verzoekster is verschenen met haar gemachtigde en een tolk. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en een uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 15 oktober 2021 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.