ECLI:NL:RBDHA:2021:16595
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas over medische zorg en discriminatie
Eiser, een Turkse staatsburger met Koerdische afkomst, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege medische problemen en discriminatie in Turkije. Hij stelde dat hij vanwege zijn etniciteit en het ontbreken van adequate medische zorg niet veilig kon terugkeren.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat het asielrelaas weliswaar geloofwaardig werd geacht, maar onvoldoende zwaarwegend was om te concluderen dat eiser een vluchteling was of een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn situatie in Turkije onhoudbaar was.
De rechtbank overwoog dat eiser toegang had tot medische zorg, ook al was deze via een privéziekenhuis en gefinancierd door de verkoop van een woning. Dit was onvoldoende om te spreken van verdragsrechtelijke vervolging. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende zwaarwegend asielrelaas.