ECLI:NL:RBDHA:2021:16600
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig Nigeriaans asielrelaas
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege lidmaatschap van een gewelddadige groepering en de dreiging van vervolging en dood niet veilig kon terugkeren naar Nigeria. Hij gaf aan dat hij in 2014 was neergeschoten toen hij de groep wilde verlaten en daarna was gevlucht.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank bevestigde dit oordeel na een zitting waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank vond dat de geboortedatum van eiser inconsistent was verklaard en dat zijn verklaringen over lidmaatschap en vertrek uit de groep tegenstrijdig waren. Dit ondermijnde de geloofwaardigheid van het gehele verhaal.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag moest worden aangemerkt of dat hij een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.