Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 4 oktober 2021 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat er een concreet aanknopingspunt is voor overdracht volgens de Dublinverordening en dat er een significant risico bestaat dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken.
Eiser betwistte alle gronden voor de bewaring, met name dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen en dat hij zich aan toezicht zou hebben onttrokken. De rechtbank oordeelde dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn, mede omdat eiser zonder documenten Nederland is binnengekomen en zich in juli 2021 met onbekende bestemming heeft verwijderd na het niet naleven van een meldplicht.
Eiser voerde aan dat vanwege zijn psychische en lichamelijke klachten een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank stelde echter vast dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij en dat de klachten geen detentieongeschiktheid opleveren. Ook achtte de rechtbank het risico groot dat eiser zich opnieuw aan toezicht zou onttrekken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.