ECLI:NL:RBDHA:2021:16612

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 september 2021
Publicatiedatum
18 juli 2022
Zaaknummer
AWB 21/1796
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar wegens ontbreken bezwaargronden

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 22 februari 2021. Het bezwaar was ingediend binnen de termijn, maar zonder de vereiste bezwaargronden. Verweerder heeft eiseres hierop gewezen en haar de mogelijkheid gegeven om alsnog binnen twee weken de gronden in te dienen, maar hierop is niet gereageerd.

Eiseres stelt dat de gronden wel zijn ingediend, maar niet aangetekend, en beroept zich op een bijzondere situatie vanwege haar medische toestand. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gronden tijdig zijn ingediend en dat het risico van het niet aangetekend versturen voor haar rekening komt.

Omdat de termijn voor het indienen van bezwaar een fatale termijn van openbare orde is, kan deze niet worden verlengd. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep is kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet ontvankelijk is wegens het ontbreken van tijdige bezwaargronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/1796

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , met v-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Flipse),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
22 februari 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in bezwaar gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘bezwaargronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Awb. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen bezwaargronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. In dit geval is het besluit van verweerder bekendgemaakt op 6 januari 2021. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 17 februari 2021 door verweerder ontvangen moeten zijn. Eiseres heeft binnen de termijn een zogenoemd pro-forma bezwaarschrift ingediend op 18 januari 2021. Dit bezwaarschrift bevatte geen gronden van bezwaar. Bij brief van 26 januari 2021 heeft verweerder eiseres hierop gewezen en in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de gronden van het bezwaar in te dienen, uiterlijk op 9 februari 2021. Eiseres heeft niet meer gereageerd op deze brief van verweerder.
4. Eiseres zegt dat de gronden van bezwaar wél zijn ingediend, maar dat deze niet aangetekend zijn verstuurd. Aldus is er geen bewijs dat de gronden van bezwaar daadwerkelijk zijn verstuurd. Volgens eiseres is er, gezien haar medische toestand, sprake van een bijzondere situatie. Verweerder had een belangenafweging moeten maken of met een oplossing moeten komen voor eiseres.
5. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de situatie van eiseres, is het de verantwoordelijkheid van eiseres om tijdig de gronden van bezwaar in te dienen. De rechtbank overweegt dat eiseres niet met nadere stukken is gekomen om haar stelling te onderbouwen. Eiseres heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat de gronden van bezwaar tijdig zijn ingediend. Dat eiseres de gronden van bezwaar niet aangetekend heeft verstuurd, komt voor haar rekening en risico. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift een fatale termijn van openbare orde is, die door de rechtbank moet worden beoordeeld. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het bezwaar zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.