Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, is op 27 september 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is gebaseerd op zware gronden waaronder het feit dat eiser heeft aangegeven niet terug te willen keren naar zijn land van herkomst, en lichte gronden zoals onvoldoende middelen van bestaan.
Eiser betwist de gronden, maar de rechtbank oordeelt dat de zware grond dat eiser geen gevolg zal geven aan zijn terugkeerverplichting feitelijk juist en voldoende gemotiveerd is. Ook de lichte grond dat eiser niet over voldoende middelen beschikt om zelfstandig uit te reizen wordt bevestigd, ondanks dat eiser financiële steun van zijn moeder kan ontvangen.
Verweerder heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom geen lichter middel dan bewaring is toegepast, mede vanwege het ontbreken van inschrijving op het adres van de moeder en het risico op onttrekking. Daarnaast is het zicht op uitzetting naar Tunesië binnen redelijke termijn aanwezig, ondanks het uitblijven van een reactie op de laissez passer-aanvraag.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.