Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, kreeg op 24 september 2021 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd genomen vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Duitsland volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij de voorbereiding van zijn overdracht, met name over onduidelijkheid omtrent een covid-test en zijn medewerking daaraan. De rechtbank constateerde echter dat verweerder op 28 september 2021 een vertrekgesprek met eiser had gevoerd en dat de overdracht gepland stond voor 6 oktober 2021.
De rechtbank oordeelde dat het onduidelijk zijn over de covid-test en de medewerking van eiser daaraan geen reden is om te concluderen dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde. Het meewerken aan de covid-test is noodzakelijk voor de overdracht en van eiser mag worden verlangd dat hij hieraan meewerkt.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.