ECLI:NL:RBDHA:2021:16627
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Italië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een soortgelijke zaak op 12 oktober 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren, maar de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.15316) werd een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk geacht. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 15 oktober 2021 door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, en mr. E. Mulder, griffier. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en de Dublin-verwijzing naar Italië terecht is.