ECLI:NL:RBDHA:2021:16631
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inhandelingneming asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 12 oktober 2021 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.15019) die gelijktijdig is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier E. Mulder en is op 15 oktober 2021 uitgesproken en gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.