ECLI:NL:RBDHA:2021:16750
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-Frankrijk asielprocedure
Verzoeksters hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken samen met gerelateerde zaken op 18 oktober 2021 behandeld, waarbij verzoeksters en hun gemachtigde aanwezig waren. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Op 25 oktober 2021 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de hoofdzaak reeds is behandeld en dat een voorlopige voorziening daarom niet meer nodig is. De verzoeken om voorlopige voorziening zijn afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, en griffier mr. M.A.W.M. Engels. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.