Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, werd op 15 oktober 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat hij zich zou onttrekken aan toezicht en omdat hij niet vrijwillig aan een terugkeerbesluit had voldaan. Hij stelde dat zijn asielaanvraag niet was bedoeld om terugkeer te verijdelen, maar vanwege de veranderde situatie in Turkije en zijn aanhangerschap van Gülen.
De rechtbank oordeelde dat eiser pas asiel aanvroeg toen zijn vlucht al gepland was, wat erop wijst dat de aanvraag louter diende om de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen. De gronden voor bewaring onder artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c, Vw, zijn niet betwist en worden als zwaarwegend beschouwd.
Eiser voerde aan dat een meldplicht een lichter middel zou zijn, mede omdat hij bereid was zich te melden en de kans op asiel groot achtte. De rechtbank vond echter dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was en dat het risico op onttrekking zwaarder woog dan het belang van eiser om zijn asielprocedure in vrijheid af te wachten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.