ECLI:NL:RBDHA:2021:16769

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
27 juli 2022
Zaaknummer
NL21.9587
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 29 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en verleende verblijfsvergunning

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat verweerder na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, waardoor het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen.

Daarnaast heeft verweerder de verblijfsvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is in de gelegenheid gesteld om aan te geven of hij het niet eens is met dit besluit, maar heeft niet gereageerd. Hierdoor ontbreekt een grond voor het beroep tegen het besluit.

De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M. Bos op 28 september 2021.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het beroep tegen het besluit worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het ontbreken van gronden tegen het besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.9587
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], met V-nummer: [V-nummer] , eiser, (gemachtigde: mr. M.A.C. de Vilder-van Overmeire),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Op 17 juni 2021 heeft eiser een beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing ingediend. Op 12 juni 2021 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op de asielaanvraag. De rechtbank stelt daarom vast dat eiser geen belang meer heeft bij het behandelen van zijn beroep. Eiser heeft immers bereikt wat hij met zijn beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen kon bereiken. Dat betekent dat het belang bij een uitspraak van de rechter, het zogenoemde procesbelang, niet langer bestaat en het beroep voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Uit artikel 6:20, derde lid, van de Awb volgt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. In het besluit van 12 juni 2020 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 verleend met ingang van 4 september 2020, geldig tot 4 september 2025. De rechtbank heeft eiser bij brief van 14 juli 2021 in de gelegenheid gesteld om te berichten of hij het eens is met dit besluit. Hierbij is vermeld dat als eiser het niet eens is met het besluit, hij de gelegenheid heeft om uiterlijk op 28 juli 2020 uit te leggen waarom hij het hier niet mee eens is. Daarbij is meegedeeld dat het beroep bij niet reageren ongegrond of niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiser heeft hier tot op heden niet op gereageerd.
5. Omdat eiser geen gronden heeft ingediend tegen de door verweerder verleende vergunning, bestaat bij de rechtbank de bevoegdheid om het beroep niet ontvankelijk te verklaren. De rechtbank zal van deze bevoegdheid gebruik maken.
6. Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep dat mede betrekking heeft op het besluit 12 juni 2020 niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
28 september 2021

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.