ECLI:NL:RBDHA:2021:16777
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
Verzoeker is op 22 oktober 2021 in vreemdelingenbewaring gesteld en op 29 oktober 2021 is een terugkeerbesluit genomen met een inreisverbod van twee jaar. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen zijn uitzetting naar Albanië en een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening connex is aan het beroep tegen het terugkeerbesluit. Verzoeker stelde dat hij onrechtmatig in bewaring is gesteld en dat de Dublinverordening van toepassing is, waardoor overdracht aan België zou moeten plaatsvinden. De rechter oordeelt echter dat een onrechtmatige bewaring niet de bevoegdheid tot uitzetting aantast en dat het intrekken van de asielaanvraag betekent dat verzoeker geen prijs meer stelt op bescherming.
Verzoeker is eerder in Frankrijk en België geweest voor asiel, maar heeft deze procedures niet afgewacht en is doorgereisd naar Nederland waar hij zijn asielaanvraag introk. Tijdens een hoorzitting is hem uitgelegd dat intrekking gevolgen heeft voor zijn procedure en dat een terugkeerbesluit en inreisverbod zullen volgen. De voorzieningenrechter acht het terugkeerbesluit terecht en wijst het verzoek af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt afgewezen.