ECLI:NL:RBDHA:2021:16795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij echtgenoot wegens onvoldoende duurzaam inkomen
Eiseres, van Syrische nationaliteit, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar echtgenoot te verblijven. De referent, haar echtgenoot, heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en is zelfstandig ondernemer. De aanvraag werd afgewezen omdat het inkomen van de referent onvoldoende duurzaam werd geacht.
Eiseres stelde dat verweerder de beoordeling had moeten baseren op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die reeds bestond, maar door misverstanden niet correct was vermeld. Verweerder baseerde zich op een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en loonstroken die dit ondersteunden. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de referent een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had ten tijde van de aanvraag.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was eiseres of de referent te horen tijdens de bezwaarprocedure, omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.