Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
geboren op [2002] , van Marokkaanse nationaliteit,, verzoeker V-nummer: [v-nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 16 september 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 oktober 2021, waarbij verzoeker niet aanwezig was wegens verhindering. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. Tijdens de zitting werd direct uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat op dezelfde dag in de hoofdzaak uitspraak was gedaan (zaaknummer NL21.14960), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.