ECLI:NL:RBDHA:2021:16813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens rechtmatig verblijf op grond van verblijfsvergunningaanvraag
Eiser, een Costa Ricaanse nationaliteit dragende persoon, kreeg op 20 mei 2021 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd en op 23 juni 2021 een inreisverbod voor twee jaar. Hij stelde beroep in tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het terugkeerbesluit ongegrond was omdat eiser geen gronden had aangevoerd. Echter, tegen het inreisverbod voerde eiser aan dat hij rechtmatig verblijf had vanwege zijn Poolse echtgenote en een lopende aanvraag voor een verblijfsvergunning in Polen. Deze stelling werd onderbouwd met relevante documenten.
Verweerder erkende ter zitting dat het inreisverbod geen stand kon houden. De rechtbank vernietigde daarom het inreisverbod en verklaarde het beroep daarop gegrond. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt gegrond verklaard en het inreisverbod wordt vernietigd; het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.