Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
ultimum remedium.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd op 27 oktober 2021 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Roemenië volgens de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking aan toezicht.
Eiser betwistte enkele zware gronden, waaronder onjuiste vermeldingen over visum- en MVV-plicht en de bevoegdheid van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). De rechtbank oordeelde dat de meeste motiveringen voldoende waren en dat de onzorgvuldigheden niet tot onrechtmatigheid leidden. Ook werd geoordeeld dat verweerder voldoende aandacht had besteed aan het lichter middel, zoals een meldplicht, maar dat dit niet effectief was vanwege het weigeren van medewerking door eiser.
Verder werd het bezwaar tegen de onzekerheid over de overdracht aan Roemenië en de invloed van de coronapandemie verworpen, omdat er een geplande vlucht was en geen concrete aanwijzingen dat deze niet zou doorgaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.