ECLI:NL:RBDHA:2021:16831
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij haar referent. De aanvraag werd afgewezen omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste, mede op basis van een rapport van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) dat een mogelijk gefingeerd dienstverband constateerde.
Eiseres stelde dat de referent wel arbeid verrichtte en overlegde een verklaring van de werkgever en collega’s, maar de rechtbank kende hieraan weinig waarde toe vanwege het ontbreken van officieel briefpapier, onjuiste ondertekening en het niet weerleggen van tegenstrijdigheden in het ISZW-rapport. Ook werd vastgesteld dat de werkgever van de referent een belastingschuld heeft, waardoor het inkomen niet als zelfstandig kan worden aangemerkt.
Verder voerde eiseres aan dat zij en de referent hadden moeten worden gehoord in de bezwaarfase, maar de rechtbank oordeelde dat het horen kon worden achterwege gelaten omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor de gevraagde machtiging tot voorlopig verblijf en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard.