ECLI:NL:RBDHA:2021:16836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid risico ernstige schade
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in zijn land van herkomst wordt gezocht door autoriteiten en de Juglas vanwege een conflict met een politieagent. Hij onderbouwde dit met een brief en audioberichten. Verweerder achtte de identiteit en enkele elementen geloofwaardig, maar vond het incident en de daaropvolgende problemen ongeloofwaardig en wees de aanvraag af.
Eiser stelde dat het nader gehoor onzorgvuldig was vanwege hoofdpijn, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet aannemelijk was en dat de verklaringen ten grondslag mochten worden gelegd aan het besluit. Daarnaast werd het risico op ernstige schade, waaronder het risico op eerwraak vanwege een voorgenomen huwelijk, onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen reëel risico op ernstige schade in strijd met artikel 3 EVRM Pro aannemelijk heeft gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op ernstige schade.