ECLI:NL:RBDHA:2021:16859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Gambia
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege moeilijke sociaaleconomische omstandigheden en zorg voor zijn oma in Gambia. Hij stelde dat terugkeer zou leiden tot ernstige materiële deprivatie en schending van artikel 3 EVRM Pro.
De staatssecretaris erkende de identiteit van eiser, maar oordeelde dat de situatie in Gambia, ondanks armoede, niet zodanig onmenselijk is dat dit een vluchtelingenstatus rechtvaardigt. De economische situatie verbetert volgens de overheid en eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen mogelijkheden tot bestaan heeft bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat sociaaleconomische omstandigheden slechts in uitzonderlijke gevallen leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De aangehaalde bronnen bevestigen armoede, maar niet dat de overheid onmenselijk handelt of dat eiser een onaanvaardbaar risico loopt. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.