ECLI:NL:RBDHA:2021:16861
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens internationale bescherming in Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 22 oktober 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker in Duitsland internationale bescherming geniet.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 november 2021 behandeld.
De rechtbank heeft bij uitspraak in de hoofdzaak geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 23 november 2021.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielzoeker reeds internationale bescherming geniet in Duitsland.