ECLI:NL:RBDHA:2021:16863
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds behandelde hoofdzaak
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard omdat verzoekster internationale bescherming geniet in Italië.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 16 november 2021.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL21.17026) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 23 november 2021 door voorzieningenrechter L.M. Reijnierse en griffier T.R. Oosterhoff-Vos. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.