ECLI:NL:RBDHA:2021:16866

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 november 2021
Publicatiedatum
15 augustus 2022
Zaaknummer
NL 21.7910
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens uitspraak op hoofdzaak

Verzoekster, van Bulgaarse nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij nooit rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard in het bestreden besluit. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak en oordeelde dat nu op het beroep in de hoofdzaak uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J.A. Schuman en griffier S. van den Broek, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.7910
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

Procesverloop

Met het besluit van 20 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoekster nooit rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad.1
Met het besluit van 28 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.7909, op
3 september 2021 op zitting behandeld. Verzoekster was aanwezig samen met haar echtgenoot en gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook was een tolk in de Bulgaarse taal aanwezig.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt van Bulgaarse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1975].
2. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.7909, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Onder verwijzing naar artikel 8.12, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
16 november 2021
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Mr. J.A. Schuman Rechter
Rechtbank Midden-Nederland
S. van den Broek Griffier
Rechtbank Midden-Nederland
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.