Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een moeder en haar dochter van Nigeriaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen af te wijzen. De aanvraag was afgewezen omdat eiseres 1 niet voldeed aan de voorwaarde van ten minste vijf jaar verblijf in Nederland na het indienen van een asielaanvraag. Tevens was het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante feiten en belangen, waaronder het belang van het kind, voldoende heeft meegewogen. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de beleidsregels rechtvaardigen. De banden van eiseres 1 met Nederland overstijgen niet de gebruikelijke langdurige verblijfsbanden en er is geen aannemelijk bewijs dat terugkeer tot ernstige bedreigingen leidt.
Verder is geoordeeld dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eisers in bezwaar omdat dit geen ander standpunt zou opleveren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.