ECLI:NL:RBDHA:2021:16874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser, van Mexicaanse nationaliteit, kreeg op 5 januari 2021 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen en een voornemen tot oplegging van een inreisverbod. Op 9 februari 2021 werd het inreisverbod van twee jaar definitief opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de juiste procedure had gevolgd bij het uitreiken van het terugkeerbesluit en het voornemen tot inreisverbod, waarbij eiser de mogelijkheid had om een zienswijze te geven. Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd daarom ongegrond verklaard.
Echter, het inreisverbod werd vernietigd vanwege onvoldoende motivering. Verweerder had niet adequaat gemotiveerd waarom de door eiser aangevoerde omstandigheden, zoals geannuleerde vluchten en zakelijke belangen, geen reden vormden om af te zien van het inreisverbod. Ook ontbrak een belangenafweging met betrekking tot het familieleven van eiser en zijn partner, in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot het nemen van een nieuw besluit binnen zes weken en wees de proceskosten toe aan eiser.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens schending van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel; het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.