ECLI:NL:RBDHA:2021:16877

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2021
Publicatiedatum
16 augustus 2022
Zaaknummer
NL21.17561
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c Vw
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel buiten behandeling te stellen. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet zijn verschenen.

Uit informatie van het COA, de korpschef AVIM Midden-Nederland en de gemachtigde van eiseres blijkt dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en vermoedelijk niet meer in Nederland verblijft. Op grond van vaste jurisprudentie wordt aangenomen dat iemand die vertrekt met onbekende bestemming geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.

De rechtbank wijst het betoog van eiseres af dat zij nog wel procesbelang heeft vanwege het inreisverbod. Omdat zij de beslissing op haar aanvraag niet heeft afgewacht en de aanvraag buiten behandeling is gesteld conform artikel 30c Vreemdelingenwet, is het inreisverbod onlosmakelijk verbonden met het terugkeerbesluit en het buiten behandeling stellen.

Daarom strekt de niet-ontvankelijkheid zich ook uit tot het inreisverbod, en komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.17561
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. G. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure buiten behandeling gesteld.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.17562, op 24 november 2021
met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank stelt vast dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Dit blijkt uit informatie van het COA en de korpschef AVIM Midden-Nederland en uit berichtgeving van de gemachtigde van eiseres, waarin staat dat de voogd van Nidos geen contact meer heeft met eiseres en dat het aannemelijk is dat eiseres zich niet meer in Nederland bevindt. Uit vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken volgt dat het beroep dan in beginsel niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat er vanuit moet worden gegaan dat iemand dan geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.1 In lijn hiermee is de rechtbank dus van oordeel dat eiseres in dit geval geen procesbelang heeft.
3. Het betoog van eiseres dat zij nog wel procesbelang heeft vanwege het inreisverbod, volgt de rechtbank niet. Omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en de beslissing op haar aanvraag dus niet heeft afgewacht, heeft verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet (Vw). Uit de Vw volgt dat aan die beslissing een vertrektermijn is gekoppeld van 0 dagen en dat dwingend is voorgeschreven dat in dat geval een inreisverbod wordt opgelegd. Gelet op het voorgaande is de buiten behandeling stelling zo verweven met het terugkeerbesluit en het terugkeerbesluit op zijn beurt weer met het inreisverbod, dat geen andere conclusie kan worden getrokken dat het ontbreken van procesbelang bij de beoordeling in rechte van de asielaanvraag zich mede uitstrekt tot het terugkeerbesluit en het inreisverbod.2 Dit betekent dat de niet-ontvankelijk verklaring zich dus ook uitstrekt tot het inreisverbod en dat de rechtbank niet toekomt aan een bespreking van de beroepsgronden van eiseres.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2021 door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.
1. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579).
2 Zie in dit verband ook de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 30 juli 2021 (ECLI:NL:RBDHA :2021:8502).
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
29 november 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.