ECLI:NL:RBDHA:2021:16891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking verzet in bestuursrechtelijke asielprocedure
Verzoeker heeft op 18 september 2019 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Dit beroep werd op 27 november 2019 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker diende vervolgens op 3 januari 2020 verzet in tegen deze uitspraak. Daarna startte verzoeker een nieuwe procedure wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.
Verweerder gaf aan dat op 29 mei 2020 een besluit was genomen op de asielaanvraag. Op 25 oktober 2021 trok verzoeker het verzet in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is indien verweerder is tegemoetgekomen aan het beroepsschrift van verzoeker. Omdat het verzet werd ingetrokken voordat de rechtbank uitspraak deed en het oorspronkelijke beroep niet-ontvankelijk was verklaard, was er geen sprake van een tegemoetkoming. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van een tegemoetkoming door verweerder.