ECLI:NL:RBDHA:2021:16893
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Italië
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 30 november 2021. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de verweerder wel aanwezig was.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.18047) reeds was behandeld en uitspraak was gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.