ECLI:NL:RBDHA:2021:16899
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voor zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, sinds juni 2019 eigenaar van een bedrijf, vroeg een verblijfsvergunning aan voor het doel 'arbeid als zelfstandige'. Verweerder wees deze aanvraag af op basis van een advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), waarin werd vastgesteld dat het ondernemingsplan en financiële onderbouwing onvoldoende waren en niet geverifieerd door een onafhankelijke deskundige.
Eiser stelde dat het bezwaar onzorgvuldig was voorbereid en dat het aangepaste ondernemingsplan in bezwaar voldoende onderbouwing bood, inclusief een marktanalyse en referenties. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht geen nieuw advies van de RVO heeft gevraagd, omdat de stukken onvoldoende waren en niet voldeden aan de vereisten uit de Vreemdelingencirculaire.
Ook het beroep op een motiveringsgebrek en schending van de hoorplicht slaagden niet. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was gemotiveerd en dat het horen van eiser niet noodzakelijk was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.