ECLI:NL:RBDHA:2021:16900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig bekering en bedreigingen
Eiser, van Egyptische nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende bedreigingen door familieleden. Verweerder achtte de verklaringen over de bekering en bedreigingen ongeloofwaardig en wees de aanvraag af als ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn motieven en proces van bekering, en dat zijn kennis van het christendom oppervlakkig was. Ook vond de rechtbank het opmerkelijk dat eiser geen Bijbelverhaal kon noemen en dat hij islamitische berichten op Facebook had geplaatst na zijn bekering.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de video’s en spraakmemo’s van bedreigingen, omdat eiser de identiteit van de bedreigers onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Ook werd geen schending van de samenwerkingsplicht vastgesteld.
Het beroep van eiser faalde derhalve en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.