Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Palestijnse nationaliteit, werd op 11 november 2021 aangehouden wegens het niet tonen van een identiteitsbewijs nadat hij slapend op straat werd aangetroffen. Hij betwistte de rechtmatigheid van zijn aanhouding en stelde dat het proces-verbaal van bevindingen onvoldoende duidelijkheid gaf over de grondslag van zijn aanhouding.
De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal alsnog aan het dossier was toegevoegd en dat eiser de gelegenheid had gekregen hierop te reageren. De rechtbank oordeelde dat de aanhouding plaatsvond binnen de bevoegdheden van een buitengewoon opsporingsambtenaar in het kader van strafrechtelijke staandehouding en dat er geen aanwijzingen waren voor een vreemdelingenrechtelijke staandehouding.
Verweerder legde de maatregel van bewaring op wegens concrete aanknopingspunten voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico op ontduiking van toezicht. Eiser betwistte deze gronden niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.