ECLI:NL:RBDHA:2021:16921
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging verblijfsvergunning naar arbeid in loondienst wegens onvoldoende legaal verblijf
Eiser, houder van een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene, verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar het doel 'arbeid in loondienst'. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 3.31 van het Vreemdelingenbesluit, met name het vereiste van minimaal één jaar legaal verblijf in Nederland.
De verblijfsvergunning van eiser was geldig van 20 mei 2019 tot 20 mei 2024, maar werd met terugwerkende kracht ingetrokken per 22 februari 2020. Hierdoor was het verblijf van eiser niet één jaar legaal, zoals vereist in punt 8 van bijlage II bij de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014.
Eiser betoogde dat hij langer dan één jaar rechtmatig verblijf had omdat hij tegen het intrekkingsbesluit bezwaar had gemaakt, maar de rechtbank oordeelde dat dit bezwaar geen verlenging van het legale verblijf oplevert. De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht een gecombineerde vergunning mocht verlangen en dat eiser niet aan de voorwaarden voldeed.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.