ECLI:NL:RBDHA:2021:16926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van lesbische gerichtheid wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiseres, een vrouw met de Ugandese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege haar lesbische gerichtheid en de vrees voor mishandeling door familieleden bij terugkeer naar Uganda. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende en oppervlakkig had verklaard over haar seksuele geaardheid en de ontwikkeling van haar relaties, waaronder de langdurige relatie met haar voormalige werkster en een nieuwe relatie in Nederland. Haar verklaringen waren vaag en boden onvoldoende inzicht in haar gevoelens en ervaringen, waardoor de geloofwaardigheid werd aangetast.
Daarnaast vond de rechtbank dat eiseres onvoldoende gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om haar verklaringen aan te vullen tijdens het nadere gehoor. De brief van een LHBTI-stichting werd slechts als ondersteunend bewijs gezien en kon de gebrekkige persoonlijke toelichting niet compenseren.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens lesbische gerichtheid wordt ongegrond verklaard.