ECLI:NL:RBDHA:2021:16932
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan en voorlopige voorziening
Eiser, een Poolse staatsburger, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin is vastgesteld dat hij nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser sinds 7 juli 2016 in Nederland staat ingeschreven, maar niet heeft aangetoond dat hij arbeid heeft verricht of werkzoekende is geweest, noch dat hij op andere gronden rechtmatig verblijf had.
Eiser voerde aan dat hij sinds 1996 in Nederland verbleef en economisch actief was, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen vanwege zijn psychische problemen. De rechtbank oordeelde dat eiser geen begin van bewijs had geleverd en dat de belangenafweging door verweerder terecht in zijn nadeel was uitgevallen. Hierbij werd meegewogen dat eiser langdurig een beroep deed op bijstandsuitkeringen en dat zijn medische omstandigheden onvoldoende rechtvaardigen dat hij in Nederland mag blijven.
Verder stelde eiser dat hij niet is gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Gezien het ongegrond verklaren van het beroep was er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening, die daarom werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.