ECLI:NL:RBDHA:2021:16939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens bescherming in Duitsland
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende op 6 juli 2021 een asielaanvraag in Nederland in voor zichzelf en haar twee minderjarige kinderen. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres en haar kinderen al internationale bescherming genieten in Duitsland.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege huiselijk geweld door haar ex-echtgenoot niet naar Duitsland kan terugkeren en dat de Duitse autoriteiten onvoldoende bescherming bieden. Zij stelde dat Nederland veiliger is en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de beschermingsstatus van een Fiktionsbescheinigung en de belangen van haar kinderen.
De rechtbank oordeelde dat de Duitse autoriteiten daadwerkelijk bescherming bieden, onder meer door politieoptreden, contactverbod en opvanghuis, en dat eiseres geen concrete aanwijzingen had geleverd dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt. Ook de belangen van de kinderen zijn volgens de rechtbank in Duitsland gewaarborgd.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het beroep ongegrond is. Er is geen sprake van een motiveringsgebrek en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.