ECLI:NL:RBDHA:2021:16949
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielaanvraag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld op 7 december 2021, waarbij verzoeker niet is verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
Op dezelfde dag als deze uitspraak is in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier E. Mulder op 16 december 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.