ECLI:NL:RBDHA:2021:16955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag machtiging voorlopig verblijf niet onrechtmatig verklaard
Eiseres, een Iraanse vrouw, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) bij haar zoon. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiseres niet tijdig de gevraagde documenten had aangeleverd. Eiseres voerde aan dat de buitenbehandelingstelling onterecht was en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de grondslag voor de buitenbehandelingstelling gelegen is in artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder had eiseres conform de wet en het beleid in de Vreemdelingencirculaire de mogelijkheid geboden om de ontbrekende stukken aan te vullen, maar eiseres heeft dit nagelaten. Het niet volledig aanleveren van documenten kan leiden tot buitenbehandelingstelling.
Verder stelde de rechtbank dat de belangenafweging niet tot een ander oordeel leidt, omdat eiseres vrij stond een nieuwe aanvraag in te dienen en verweerder niet aan de inhoudelijke beoordeling toe was gekomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres werd vrijgesteld van griffierecht. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag mvv wordt ongegrond verklaard.