ECLI:NL:RBDHA:2021:16963
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen en ontbreken gezinsleven
Eiseres heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar partner, de referent. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van een zelfstandig, duurzaam en voldoende inkomen van de referent en twijfels over het bestaan van een geldig huwelijk en gezinsleven.
De rechtbank oordeelt dat de referent niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij nog in dienst is bij het koeriersbedrijf. Er zijn inconsistenties in de loonadministratie, zoals ontbrekende urenoverzichten, onduidelijkheden over salarisbetalingen en het niet aantonen van uitbetaling van vakantiegeld over een specifiek jaar. Het vonnis van de kantonrechter en een deurwaardersexploot bieden onvoldoende bewijs dat het dienstverband voortduurt.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van gezinsleven tussen de referent en zijn minderjarige kinderen. Hoewel een omgangsregeling bestaat, is niet aangetoond dat deze daadwerkelijk wordt nageleefd. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro valt daarom in het nadeel van eiseres en referent uit. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van duurzame middelen en gezinsleven.