ECLI:NL:RBDHA:2021:16966
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep
Verzoekers, van Armeense nationaliteit, hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 oktober 2021 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 16 november 2021, tezamen met aanverwante zaken. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep tegen de bestreden besluiten, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier R.G. Kamphof en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.