ECLI:NL:RBDHA:2021:16969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij hij stelde dat hij niet kon terugkeren vanwege verstoting door zijn familie en vervolgingsgevaar vanwege zijn bekering tot het christendom.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn PTSS hem verhinderde om bij zijn eerste aanvraag waarheidsgetrouw te verklaren. Daarnaast werd zijn bekering tot het christendom niet geloofwaardig bevonden, omdat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn persoonlijke geloofsontwikkeling en motivatie.
Verder werden de door eiser aangevoerde moordpogingen door familieleden en problemen met een buitenechtelijk kind niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank vond dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en wees het beroep af.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.