Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 30 november 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beroep feitelijk betrekking had op een eerder besluit van 15 oktober 2021 waarin een vertrektermijn van vier weken was opgelegd, dat niet meer betwist kon worden.
De rechtbank stelde vast dat de vertrektermijn van vier weken, gerekend vanaf de uitreiking van het besluit op 28 oktober 2021, was verstreken voordat de bewaring werd opgelegd, zodat eiser niet in zijn belangen was geschaad. Tevens werd overwogen dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, gegrond op zware en lichte gronden zoals het niet naleven van verplichtingen en het ontbreken van vaste woonplaats.
De beroepsgrond dat de vertrektermijn volgens de Verblijfsrichtlijn minimaal één maand moet zijn, werd afgewezen omdat deze reeds rechtsgeldig was vastgesteld in het eerdere besluit. Ook het betoog dat de Verblijfsrichtlijn niet correct was omgezet in Nederlandse wetgeving werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.