Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, had tegen het voortduren van een maatregel van bewaring beroep ingesteld nadat deze op 27 september 2021 was opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 30 november 2021 opgeheven. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en beoordeelde alleen of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was geweest.
Eiser stelde dat de maatregel al op 26 november 2021 had moeten worden opgeheven, omdat de rechtbank Haarlem op die datum het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond had verklaard, wat volgens hem relevant was voor het voortduren van de bewaring. Verweerder stelde dat de bewaring rechtmatig kon voortduren omdat de asielaanvraag opnieuw moest worden beoordeeld en verwees naar artikel 59, vierde lid, Vw.
De rechtbank oordeelde dat de periode van vier dagen tussen de gegrondverklaring van het asielberoep en de opheffing van de bewaring niet onevenredig was. Er waren geen feiten die verweerder verplichtten de bewaring eerder op te heffen. De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig was tot de datum van opheffing en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.