Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, werd in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij voerde aan dat de uiterste overdrachtsdatum op 1 oktober 2021 was verstreken, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de overdrachtstermijn door de Staatssecretaris met 18 maanden is verlengd na een aangekondigde vertraging bij de Franse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat er sprake was van miscommunicatie omtrent de verblijfplaats van eiser, die als 'mob' (met onbekende verblijfplaats) werd gemeld. Dit was geoorloofd omdat eiser of zijn gemachtigde niet hadden gemeld waar hij verbleef. De verlenging van de overdrachtstermijn was daarom rechtsgeldig.
Verweerder stelde dat de bewaring noodzakelijk was vanwege concrete aanknopingspunten voor overdracht en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte de gronden voor bewaring niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.