Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het bestreden besluit
Gronden beroep
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Ghanese nationaliteit, kreeg op 8 augustus 2021 een terugkeerbesluit opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Dit besluit bevatte een vertrektermijn van 28 dagen. Eiseres stelde beroep in tegen het besluit en voerde onder meer aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, dat haar medische situatie niet was meegewogen en dat zij bezig was met een aanvraag voor een verblijfsvergunning als gezinslid.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet betwistte dat zij geen rechtmatig verblijf had op het moment van het terugkeerbesluit. De Staatssecretaris handelde terecht op grond van de Vreemdelingenwet 2000 door het terugkeerbesluit op te leggen. De overige omstandigheden in het besluit waren slechts een reactie op de zienswijze van eiseres en vormden geen zelfstandige gronden om het besluit te wijzigen.
De rechtbank verwierp ook het argument dat de medische situatie van eiseres tot uitstel van vertrek zou moeten leiden, omdat dit via een aparte aanvraag op grond van artikel 64 Vw Pro kan worden ingediend. De verwijzing naar een eerdere uitspraak was niet relevant omdat de omstandigheden anders waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met vertrektermijn van 28 dagen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit met vertrektermijn van 28 dagen bevestigd.