ECLI:NL:RBDHA:2021:17024
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens EU-inreisverbod en gevaar voor volksgezondheid
Eiseres, woonachtig in Marokko, had op 29 maart 2021 een visum kort verblijf aangevraagd om haar in Nederland wonende dochter te bezoeken. Verweerder, de Minister van Buitenlandse Zaken, wees deze aanvraag op 6 april 2021 af en verklaarde het bezwaar van eiseres op 23 juni 2021 kennelijk ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Zij voerde aan dat het middelenvereiste niet tegen haar mocht worden ingeroepen en dat zij volledig gevaccineerd was tegen COVID-19. Tevens stelde zij dat het belang om haar dochter en kleinkinderen te ondersteunen onvoldoende was meegewogen en dat haar aanwezigheid geen gevaar voor de volksgezondheid opleverde.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing niet was gebaseerd op het middelenvereiste, maar uitsluitend op het EU-inreisverbod dat gold voor niet-essentiële reizigers vanwege het gevaar voor de volksgezondheid. De nieuwe uitzonderingscategorie voor gevaccineerden gold pas vanaf 1 juli 2021, terwijl het bestreden besluit op 23 juni 2021 was genomen. De rechtbank past ex-tunc toetsing toe en achtte het niet verplicht om de vaccinatiestatus mee te nemen in het besluit. Daarnaast was er geen hoorplicht omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het geldende EU-inreisverbod.