ECLI:NL:RBDHA:2021:17054

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 november 2021
Publicatiedatum
6 september 2022
Zaaknummer
NL21.13896
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 7:10 AwbArt. 4:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen door Staatssecretaris Justitie en Veiligheid

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarop niet tijdig is beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, inclusief verlengingen, is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Eisers hebben vervolgens verweerder in gebreke gesteld, waarna het beroep werd ingesteld.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de Staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt een dwangsom opgelegd voor de periode dat de beslissing uitblijft, en de rechtbank stelt de hoogte van deze dwangsom vast op €1.442,- voor de reeds verstreken periode.

Daarnaast wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, wordt een dwangsom van €100,- per dag opgelegd, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers van €374,- vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen, met een opgelegde dwangsom en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Urecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13896
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , met V-nummer: [V-nummer 1] , eiser,

[eiseres 1] ,met V-nummer: [V-nummer 2] , eiseres 1,
[eiseres 2], met V-nummer: [V-nummer 3] , eiseres 2 en,
[eiseres 3] ,met V-nummer: [V-nummer 4] , eiseres 3, hierna gezamenlijk: eisers.
(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: H. Jahanyar).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun bezwaar.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eisers hebben hun bezwaarschrift ingediend op 21 december 2020. Verweerder moet binnen negentien weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken
.Dat staat in artikel 76 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder heeft de beslistermijn op grond van artikel 7:10 van Pro de Awb met zes weken verdaagd en hij heeft ook de termijn met twee weken uitgesteld. Verweerder had uiterlijk op 6 juli 2021 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat verweerder op die datum nog steeds niet had beslist. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 11 augustus 2021 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken
4. Het beroep is kennelijk gegrond.
5. In artikel 4:17 van Pro de Awb staat dat als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt, het bestuursorgaan een dwangsom moet betalen voor elke dag dat het in gebreke is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden (artikel 4:18, lid 1, Awb).
6. Verweerder heeft de hoogte van de dwangsom niet vastgesteld. De rechtbank doet dit nu alsnog (artikel 8:55c Awb). De dwangsom is in dit geval verschuldigd vanaf 25 augustus 2021 tot 6 oktober 2021 en bedraagt € 1.442,-.
7. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb).
8. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
9. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb). Dat betekent ook dat eisers een vergoeding krijgen voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 374,-

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,-.
  • draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
  • bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000,-;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 374,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken op:
en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
23 november 2021

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.