ECLI:NL:RBDHA:2021:17056
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens verleende de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid alsnog de verblijfsvergunning, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep getoetst moet worden aan de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die sinds 11 juli 2020 het instellen van beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvragen tijdelijk onmogelijk maakt. Hierdoor was het beroep van verzoeker niet ontvankelijk.
Hoewel verweerder feitelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen, bestaat er geen grond om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier M. Bos op 3 november 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was door de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.